In memoriam - Jan Minten

Dubbele Jan, die zie je niet meer op de kermis staan
hij is er met zijn wagentje vandoor gegaan.
Met deze strofe begint een bekend Vlaams volksliedje waarvan de woorden vandaag een speciale betekenis krijgen. De bewerking die Kurt Bikkembergs van dit volksliedje heeft gemaakt, werd jaren geleden door Musa Horti uitgevoerd. En onze Jan, Jan Minten, heeft dat toen mee uitgevoerd. Natúúrlijk heeft hij het mee uitgevoerd want Jan was zo'n twintig jaar geleden één van de eerste leden van Musa Horti. En hij is al die tijd lid gebleven, ook op het einde, tenminste: zolang het hem door zijn ziekte en zijn ijzersterke wilskracht vergund was. Het voorlaatste concert van Musa Horti - begin mei vorig jaar - heeft hij zelf nog meegezongen en op het laatste concert - begin oktober - was hij er nog bij als toehoorder.
Jan, Jan, Dubbele Jan, waar zijde gij heen gevaren?
Jan, Jan, waar zijde gij heen gegaan?
Jan was binnen het ensemble in meerdere opzichten een man om naar op te kijken. Met zijn dubbele meter was hij als bas zonder meer een imposante verschijning en heel wat mensen bevestigen dat het zo mooi was om tijdens een concert naar Jan te kijken, om hem bezig te zien en vooral dan om hem zichtbaar te zien genieten van het concert waar hij zelf deel van uitmaakte.
Verder was Jan ook niet zomaar lid van Musa Horti. Dubbel telde immers ook zijn engagement voor de groep, enerzijds als zingend lid, maar anderzijds gedurende jaren ook als lid van het bestuur. En of hij nu bestuurslid was of niet, in zijn bescheidenheid was Jan altijd bijzonder attent voor alles en iedereen rondom hem. Hij was iemand met wie het aangenaam en prettig praten was, ook toen hij al ziek was. Zoals ik zelf - gelukkig - heb mogen ondervinden, heeft Jan met zijn innemende, rustige stem menig nieuw koorlid kunnen overtuigen om de stap naar Musa Horti te zetten. En ook van jonge nieuwe leden weten we dat Jan geregeld eens een praatje met hen kwam maken en dan - al naargelang - een geruststellend, bewonderend of bemoedigend woordje klaar had. Voor al die hulp en attenties - helaas niet altijd gezien of opgemerkt - voor dat jarenlange engagement kunnen we vanuit Musa Horti alleen maar diep respect en oprechte dankbaarheid tonen.
Jan, Jan, Dubbele Jan, waar zijde gij heen gevaren?
Jan, Jan, waar zijde gij heen gegaan?
Jan was al een tijdje ziek en stilaan werd het ook voor ons duidelijk dat hij het heel moeilijk zou krijgen. Mee gesterkt door zijn ongelooflijke wilskracht zijn we altijd sterk in hem blijven geloven. Jan kwam er altijd weer bovenop, ook toen plots in januari zijn prothese brak. Jan zou Jan niet zijn als hij er midden april weer niet zou staan voor het volgende concert, het eigenlijke jubileumconcert van 20 jaar Musa Horti. We zongen eerst in de abdij van Park en daags nadien, op 1 mei 2010, in de Pieter en Pauwelkerk in Mol. Het zou zijn laatste concert zijn, daar in de Kempen, op een boogscheut van zijn geboortestad Turnhout.
Toen we begin november bij hem langsgingen om hem de opname van dat concert te bezorgen, hebben we samen een heel mooie avond beleefd. Zonder veel woorden hebben we daar wel een half uur samen gezeten en geluisterd, gewoon geluisterd naar een aantal fragmenten uit het concert, met enkele tranen bij de mooiste stukken. Hij vertelde toen dat sommige composities van Sandström hem diep geraakt hadden. En het zijn precies die stukken die we hier vandaag voor Jan uitvoeren. Zo meteen zingen we 'To see a world', een psalm op tekst van William Blake.
Zie je een wereld in een korrel zand
en de hemel in een bloem, wild en puur,
heb je de oneindigheid in de palm van je hand
en de eeuwigheid in een uur.
Met dit werk werd het concert van 2 oktober afgesloten, waarnaar Jan nog is komen luisteren. Hij vond dit een schitterend stuk en het was meteen ook de laatste keer dat hij Musa Horti gehoord had.
Aan het einde van deze plechtigheid zingen we ook de drie slotstukken uit het motet 'Jesu, meine Freude', eveneens in de versie van Sven-David Sandström: 'Gute Nacht, o Wesen', 'So nun der Geist' en het slotkoraal 'Weicht, ihr Trauergeister'. Het waren ook de slotstukken van het concert in Mol en bijgevolg de laatste stukken die Jan zelf nog heeft meegezongen. Over 'Gute Nacht, o Wesen' zei hij me begin november dat hij al vaak bedacht had hoe mooi het zou zijn als het koor hem die laatste Gute Nacht bij zijn begrafenis zou toewensen. Bij deze, Jan.
Jan, Jan, Dubbele Jan, waar zijde gij heen gevaren?
Jan, Jan, waar zijde gij heen gegaan?
In het volkslied horen we op het einde waar we Jan voortaan moeten zoeken:
Zoek die Jan vanavond in de maneschijn,
want zonder Dubbele Jan kan het geen kermis zijn.
Ik vind dat van die maneschijn een mooi en passend beeld, maar ik wil er graag nog iets aan toevoegen, iets over wat hij daar in de maneschijn staat te doen. Het komt uit het motet 'Jesu, meine Freude', en is evengoed een passend antwoord op de vraag Jan waar zijde gij heen gevaren, Jan waar zijde gij heen gegaan? Het is een antwoord dat misschien wel van Jan zelf had kunnen komen, wanneer gezegd wordt:
Tobe Welt und springe; ich steh hier und singe in gar sichrer Ruh
("dat de wereld maar tiert en springt, ik sta hier rustig op mijn gemak te zingen…")
Die rust, lieve Dubbele Jan, waar je die ook vindt, die heb je nu wel verdiend, en jouw mooie stem, die zingt inderdaad ondanks alles rustig voort, in ons, Musa Horti, maar zeker ook in Patte en in je lieve kinderen.
Dag Jan.
Kurt Feyaerts, namens Musa Horti
8 januari 2011, Sint-Jan De Doperkerk, Groot-Begijnhof Leuven


